sonnet

het klinkt alsof ik klanken dichten wil
geluiden die ik in de woorden blaas
waarmee ik ze naar hoger sferen til
en aan laat zwellen tot een wild geraas

betekenissen die niet langer zwijgen
de ketens rammelen de oren vol
gedachten die te ver naar voren dreigen
te gaan slaan de herinnering op hol

gezonken, veel te diep, de hersens dol
til ik mijn hoofd op met mijn laatste wil
graai ik en draai ik mijn hoofd als een tol

licht en bevrijd kijk ik de regels langs
en maak al lezend mij de woorden eigen
pas aan het eind was ik zonet de baas


Leepvogel, 1998

3 opmerkingen: