tijd

tijd 

je haast je
niet te lang
net genoeg

je slaapt
’t is eigenlijk
zonde

j
e leest
een eeuwigheid
op een avond

je staat uren
met je handen
op de leuning

steeds gebruik je
kleine stukjes
van de eeuwigheid

en aan het einde
blijkt de tijd
precies genoeg

ik


ik was hier net

ik kan mijzelf
nog bijna zien
nog bijna voelen

alsof ik er nog ben

ik was hier ooit
ik wist niet wie
of wat of waar

alsof ik pas bestond

als ik zou weten
wie ik was
wie ik moest zijn

wie ik moest doen alsof

ik was er nog
voordat het woord
gedachte werd

alsof ik er nog ben

een ei


in mei
in mei
leggen alle vogels
een ei

behalve jij
en ik

wat let ons nog?

tot dan


nacht is alles
blauw en wolven
licht de maan

zacht de stilte
om het wachten
en het zingen

kans op regen

het regende niet
zoals wel vaker
voorkomt of anders
zoals zo vaak
want het regent
wel vaker
niet

er geschiedde
in die dagen
verder weinig
min of meer
zoals vandaag

nergens heen

vrienden waren ze
altijd al geweest
als kleine kinderen
als jongens en
altijd net als toen
het allemaal begon

nergens was een bord
nergens stond waarheen